Oorzaak en gevolg
Wat zou moeten gebeuren
Om nare gevolgen van het inzetten van implantaten te voorkomen, zou er door de implantologen meer vooronderzoek gedaan moeten worden. Nu wordt in de meeste gevallen alleen een röntgenfoto gemaakt. Er wordt dan gekeken of de kaak (nog) geschikt is om implantaten in te zetten. Wanneer het kaakbeen teveel geslonken is, dan is dat niet meer mogelijk. Maar, er zijn minstens twee onderzoeken die ook gedaan zouden moeten worden. Er zou een allergieonderzoek gedaan moeten worden om te onderzoeken of de patiënt geen problemen krijgt met de metalen die in de mond geplaatst worden en er zou onderzocht moeten worden of de zenuwen die in het kaakbot aanwezig zijn wel of niet geatrofieerd (afgestorven) zijn. Wordt op één van deze twee punten negatief geoordeeld, dan moet de implantoloog de patiënt afraden om implantaten te laten zetten.
Omdat juist deze twee onderzoeken niet worden gedaan, ontstaan de problemen die op deze website beschreven worden.
Eerste zorg
Het is, voor eventuele nazorg nadat er implantaten zijn gezet beter, om dat door een kaakchirurg te laten doen in een ziekenhuis. Tandartsen die implantaten zetten zijn best van goede wil, maar als je midden in de nacht of in het weekend ondragelijke pijn krijgt dan zijn ze niet bereikbaar. Ziekenhuizen zijn 24 uur per dag bereikbaar en kunnen zo nodig direct een kaakchirurg oproepen. Probeer er wel achter te komen of de kaakchirurg die de ingreep moet doen, goed aangeschreven staat. Een kaakchirurg die ‘wel eens’ implantaten zet kun je beter niet aan je kaak laten werken. Ga ook na of het ziekenhuis of kliniek goed staat aangeschreven voor deze behandeling. Er zit kaf onder het koren.
Pijnbestrijding
Wanneer het plaatsen van implantaten in de kaak tot gevolg heeft dat er langdurige pijn ontstaat, is dat altijd zenuwpijn. De medische wetenschap is nog steeds niet goed in staat om zenuwpijn adequaat te bestrijden. Maar wordt u geconfronteerd met langdurige zenuwpijn zoek dan altijd contact met een pijnpoli van een ziekenhuis. Probeer er wel een te vinden die een korte wachttijd heeft. En zijn pijnpoli’s die wachttijden van 4 maanden tot een jaar hanteren. Dit soort ziekenhuizen nemen pijn absoluut niet serieus en kunnen hun pijnpoli beter sluiten. Wie ernstige zenuwpijn krijgt moet binnen enkele dagen geholpen kunnen worden.
Er zijn 4 methoden die door artsen worden ‘uitgeprobeerd’ wanneer pijn bestreden moet worden. Ik schrijf bewust het woord ‘uitgeprobeerd’, want uit de verhalen van LOTGENOTEN is wel duidelijk dat er geen middel bestaat die de pijn geneest. Pijn wordt ook altijd als symptoom gezien van een aandoening. Maar artsen zouden langdurige zenuwpijn als ‘ziekte’ moeten gaan beschouwen. Misschien dat er dan eens medicijnen tegen ontwikkeld kunnen worden. Overigens is in Australië een medicijn in ontwikkeling uit het gif van een zeeslak. Dit gif schijnt zeer goed te werken. Het werkt volgens de berichten uitsluitend op het zenuwstelsel en heeft geen bijwerkingen. Maar voordat het als medicijn op de markt komt, zal nog wel een hele tijd duren.
De methoden van pijnbestrijding zijn:
1. Gewone pijnstillers zoals aspirine en paracetamol
2. Pijnstillers op basis van opiaten zoals morfine en methadon
3. Medicijnen tegen epilepsie die pijnstillend werken op zenuwpijn zoals Neurontin.
4. De tandarts of kaakchirurg kan een verdovingsspuit geven.
1. Gewone pijnstillers
Deze groep van pijnstillers, ook de zeer sterke soorten werken helemaal niet op zenuwpijn. Die zijn dus zonder meer uit te sluiten tegen zenuwpijn. Ze zijn eventueel wel te gebruiken tegen de gevolgen van ander medicijngebruik. Dan wordt het dus een pilletje tegen de ongemakken van een ander pilletje. (Een geliefde bezigheid van fantasieloze artsen)
2. Opiaten
Morfine-achtige pijnstillers kunnen in een aantal gevallen ingezet worden tegen zenuwpijn. Langdurig gebruik is echter zeer slecht voor het maag en darmkanaal. Deze spullen leggen maag en darmen voor een flink deel stil. En er treed na verloop van tijd gewenning op en in het uiterste geval, verslaving. Artsen zullen bij deze middelen altijd laxeermiddelen voorschrijven. Maar ook laxeermiddelen hebben weer hun nadelen wanneer ze gedurende lange tijd gebruikt moeten worden. In veel gevallen wordt het darmslijmvlies aangetast, wat weer ernstige buikpijn tot gevolg heeft. En dan wordt door veel artsen weer doodleuk een pijnstiller voorgeschreven. Conclusie van dit verhaal; als het niet echt heel erg nodig is, begin er dan niet aan. Gebruik het hooguit voor korte tijd of alleen wanneer het even niet anders kan. En gebruik het altijd in nauw overleg met de behandelend arts.
3. Epilepsie medicijnen
Een geliefd middel wat anesthesiologen van pijnpoli’s graag voorschrijven. Deze middelen moeten dan in vrij hoge doseringen ingenomen worden. Als de patiënt er tegen kan, dan zou het de pijn kunnen verlichten. Maar bij de LOTGENOTEN zijn twee mensen die het geprobeerd hebben. Bij één persoon werkte het helemaal niet, en de andere werd er vreselijk ziek van. Het wordt voorgesteld als vrij onschuldige middelen, maar dat zijn ze zeker niet.
4. Verdovingspuit
Als een patiënt zo nu en dan geconfronteerd wordt met een plotseling opkomende pijn (bijvoorbeeld zaagtandpijn) dan kunnen twee dingen worden overwogen. Afwachten tot de pijn weer wil afnemen of, wanneer de pijn vele uren of soms dag gaat aanhouden, een verdovingsprik halen. Laat dat nooit zomaar door een tandarts doen die toevallig beschikbaar is, maar altijd in overleg met de behandelend (tand)arts of kaakchirurg. Een verdovingsspuit halen, mag ook zeker geen gewoonte worden. Want dan zou het middel wel eens erger kunnen worden dan de kwaal. Er hebben in het verleden middelen bestaan die geïnjecteerd konden worden en die dan gedurende langere tijd (weken of zelfs maanden) werkten. Maar die schijnen in Nederland niet meer te mogen worden toegepast.
Alternatieve pijnbestrijding
Zoals al uit de verhalen van de LOTGENOTEN duidelijk is geworden, werken de alternatieve methoden meestal ook niet. Zenuwpijn wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door beschadiging van de zenuwstreng. Zo’n beschadiging zou wel ‘uit zich zelf’ kunnen genezen. Maar als dat niet gebeurt, dan helpen de alternatieve middelen ook niet. Acupunctuur en magnetiseren helpen niet. Alternatieve therapieën zoals homeopathie werkt niet. Natuurgeneeskunde werkt ook niet. ‘Jomanda’ dus al helemaal niet.
Eten en slapen
Langdurige en ernstige zenuwpijn veroorzaakt ook problemen met eten. Soms kan het nieuwe gebit niet meer gedragen worden waardoor je veroordeeld wordt tot vloeibaar voedsel. Wanneer deze patiënt dan ook nog morfine gebruikt tegen de pijn, met de ellendige gevolgen voor maag en darmen, dan wordt het helemaal een probleem. Mevrouw K.S. te B. is daardoor 20% van haar gewicht kwijt geraakt. Van 58 kg naar 46 kg. Bij zulk soort problemen wordt slapen vaak ook een probleem, waardoor oververmoeidheid ontstaat. Wanneer alles bij elkaar komt, ontstaat een onleefbare situatie die in de meeste gevallen niet (h)erkend wordt door de artsen. En als je dan een huisarts treft die vindt dat hij met deze hele situatie niets te maken heeft omdat het een kaakprobleem is, dan ben je ‘helemaal in de aap gelogeerd’. Je zou toch zeggen dat je huisarts – de goede niet te na gesproken - zich het lot van zijn patiënt zou moeten aantrekken? Of is dat een ouderwets idee?
Partners
Partners, echtgenoten, kinderen, allemaal worden ze geconfronteerd met een ziek familielid. Dat kan, wanneer er onbegrip in de familie is, leiden tot spanningen in het gezin. De ‘lotgenoot’ gaat het zich aantrekken en zichzelf daarvan de schuld geven. In het uiterste geval zal psychologische hulp ingeroepen moeten worden. Maar als de ‘lotgenoot’ voldoende steun krijgt van de huisgenoten, en als er vrij over gesproken kan worden dan kan dit voorkomen worden. Enkele van de ‘lotgenoten’ die brieven op deze site hebben gezet, hebben onderling contact. Dat werkt als een grote steun voor iedereen.
Sociale contacten
Het van het grootste belang dat ‘lotgenoten’ ook tegen hun vrienden en kennissen hun verhaal kwijt kunnen. Dat heeft een tweeledig doel. Vrienden en kennissen zullen de problemen aanvaarden en goede vrienden of kennissen blijven. En de ‘lotgenoot’ kan zijn of haar sociale contacten in stand houden. Misschien is het niet meer mogelijk om ‘mee te blijven doen’, maar dat het aanvaard wordt dat de ‘lotgenoot’ blijft komen, zal wel aanvaard worden.
maart 2004